Zaterdag neemt KSC Lokeren-Temse het op tegen KRC Gent. Momenteel lijkt het wat minder te draaien bij de “Ratjes”, maar voor zaterdag zijn ze uiteraard enorm gemotiveerd. We spraken erover met Joran Triest en Niels Elewaut, die de twee clubs van binnenuit kennen. Nog een gelijkenis: een zware blessure verbant hen beiden noodgedwongen naar de tribune.

Geschiedenis

Op 1 april 1899 fuseerden Athletic Club Gantois, Sport Pédestre Gantois en Football Club Gantois tot Racing Club de Gand. De club speelde van 1905 tot 2010 in het Emanuel Hielstadion. Geen enkele club hield het 105 jaar vol in hetzelfde stadion. Nu speelt men in het PGB-stadion, gelegen in Oostakker, goed voor ruim 2000 plaatsen. In de loop van de jaren maakte de club wel een heleboel fusies door. Met FC Heirnis Gent bijvoorbeeld (1987), met KVV Standaard Meulestede (2000) ook en met KFC Oostakker (2002). Bij de laatste fusie nam men de naam Koninklijke Racing Club Gent-Zeehaven aan. Sinds juli 2016 heet de club Koninklijke Racing Club Gent.

In een zo lange geschiedenis liggen dieptepunten en hoogtepunten natuurlijk voor het rapen. De club was in zijn beginjaren lange tijd concurrent en uitdager van “La Gantoise”, vandaag KAA Gent. Eerst was men zelfs succesrijker dan de stadsgenoot, maar die tijd ligt al wat jaartjes achter de rug. Toch speelde KRC Gent 19 seizoenen op het hoogste Belgische niveau en speelde men in 1912 de allereerste Belgische Bekerfinale. Het verloor die evenwel van Racing Club de Bruxelles met 1-0. Lager dan 1ste provinciale speelde men nooit. Sinds de competitiehervorming van 2016-2017 speelt KRC Gent in tweede amateur, dat nu tweede nationale heet. Het is daarin een stabiele middenmoter.

De Gentenaren dragen met trots de bijnaam “Ratjes”, alleen heeft de oorsprong van die bijnaam niets met de vooral in de Middeleeuwen vermaledijde dieren te maken. In Gent spiegelde men zich aan Racing Club de Paris, dat het “Racing” in Groot-Brittannië haalde. In Engeland, de bakermat van de paardensport en  het voetbal, werd dat woord vaak gebruikt in namen van clubs. Wat “Racing” betekende, wisten de Parijzenaren niet. En hoe het werd uitgesproken, al evenmin. Ze verbasterden het tot “Ratsing”, dat al snel “Les Rats” werd. Dat gebeurde ook bij  ons in voetballand, want naast KRC Gent is er ook Harelbeke dat “Ratten” als troetelnaam heeft. Maar de allerbekendste zijn natuurlijk die van Beerschot, de “Kielse Ratten”.     

Het seizoen 2021-2022

KRC Gent heeft tot nog toe geen goede beurt gemaakt in het huidige seizoen. Het prijkt nu op plaats 13 van het klassement, met slechts 4 punten, één meer dan drie ploegen met drie punten (Ronse, Oudenaarde en Westhoek). Het seizoen begon met een 0 op 9, nadien werd het eerste punt thuis behaald tegen Dikkelvenne (1-1) en werd er met 0-2 gewonnen op Harelbeke. De nederlaag van zondag, thuis tegen Wetteren met 0-2, kwam ongemeen hard aan. Omdat ook Lokeren-Temse onderuit ging in Gullegem, krijgen we zaterdag alvast twee ploegen op het veld die hun blazoen willen opsmukken.

KRC Gent scoorde voorlopig 6 keer in 6 wedstrijden, waarin het 12 doelpunten moest incasseren. In het tussenseizoen werden er 4 spelers gehaald, waaronder Seppe De Langhe bij Lokeren-Temse. Het zag 8 spelers vertrekken, waaronder 2 naar Lokeren-Temse, met name Tibo Gabriël en Niels Elewaut. Deze laatste was sterkhouder van de Gentenaars en speelde er in totaal 8 seizoenen.

In aanloop naar de wedstrijd van zaterdag spraken we met Niels Elewaut (nu Lokeren-Temse, voordien KRC Gent) en met Joran Triest (nu KRC Gent, vroeger Sporting Lokeren)

Joran Triest (Sporting Lokeren tot 2018, VW Hamme tot 2020, nu KRC Gent)

“Ik ben net ontwaakt uit de narcose. Deze morgen (dinsdag, nvdr) heeft men mijn enkel geopereerd: de ligamenten waren gescheurd, er is een plaatje geplaatst. Het gebeurde tijdens de opwarming voor de wedstrijd tegen Dikkelvenne: stomweg met mijn voet in het gras blijven steken. Ik sta nu tot minstens Nieuwjaar aan de kant, een flinke tegenvaller. Terwijl ik vorig seizoen ook al niet veel gespeeld heb door corona. Zo voelt mijn tweede seizoen hier in Gent eigenlijk eerder aan als het eerste jaar. Ik word al als een man met ervaring gezien, dat vind ik wel fijn. Ik voel me hier goed trouwens. KRC Gent is eigenlijk best wel ambitieus, beschikt over een mooie accommodatie en er wordt professioneel gewerkt. Tegelijk heerst er een heel gemoedelijke sfeer.

Ik had de matchen tegen Lokeren-Temse voor het seizoen met rood aangeduid, daar wilde ik echt top zijn, maar helaas zal ik op de tribune zitten. Ik heb niks dan goede herinneringen aan Sporting Lokeren. Ik doorliep er de jeugdreeksen en kon zelfs een paar keer voor de eerste ploeg spelen. Hoe de club ten onder ging, dat deed me echt veel pijn. Ik hoop dat er een weg terug is, echt waar, al zullen wij als KRC Gent daar nu toch even niet aan meewerken (lacht, nvdr). Hoe dan ook, ik kijk uit naar zaterdag, ook al zal ik maar toeschouwer zijn. Ik zal zeker de kans krijgen om bij te praten met Gil, Preben en Sami. En o ja, vergeet Niels Elewaut niet mijn groeten over te brengen.”

 

Niels Elewaut (na 8 seizoenen KRC Gent, nu 1ste seizoen Lokeren-Temse)

“De groeten van Joran? Dank je wel. Ja, wij zitten zowat in het zelfde schuitje. Ik had verdorie nog maar een kwartier voor mijn nieuwe club gespeeld toen ik die zware knieblessure opliep. Ondertussen loopt de revalidatie wel voorspoedig, maar ik blijf realist. Ik loop wel al, straks wordt het springen, zachte baltoetsen. Toch zal mijn afwezigheid zeker nog een hele tijd duren, alvast tot ruim na Nieuwjaar. Het zij zo. Voor het seizoen wou ik vooral in de wedstrijden tegen KRC Gent uitblinken, maar kijk, ik zal op de tribune zitten.

Gent is een heel familiale club, waar bestuur en voorzitter dicht bij de spelers staan. Alles is er goed geregeld. Het enige wat ontbreekt, zijn de supporters. Thuis speelt de club voor zo’n 150 fans, als je dat vergelijkt met Lokeren-Temse… Dat speelde trouwens een belangrijke rol in mijn komst naar Daknam, die supportersschare. Op papier zijn wij als Lokeren-Temse sterker, maar laten we hen toch maar niet onderschatten. Hun kern is toch grotendeels bij elkaar gebleven en daar zitten best goede voetballers tussen. Alleen, voorlopig komt het er nog niet uit. We zullen winnen, daar ben ik van overtuigd, maar het zal niet met de vingers in de neusgaten zijn.”     

 

P